Buik- en heupvet: appels met peren vergelijken?

Wij zien in de praktijk vaak een verschil tussen mannen en vrouwen ten aanzien van de plekken op hun lichaam waar ze vinden dat het meeste overtollige vet zit. Bij vrouwen is dit vaker het geval op de heupen dijen en soms billen (de ‘peervorm’), bij mannen is het vet rond de buik (de ‘appelvorm’) eerder het grootste probleem. Als we de literatuur erbij pakken, kunnen we dit verschil in vetverdeling op het lichaam beter verklaren. Onder andere door te kijken naar de genetische verschillen tussen beiden. Je zou zelfs kunnen stellen dat je beeld van vet behoorlijk kan veranderen wanneer we er op deze manier naar kijken.

Waarom zijn mannen en vrouwen überhaupt eigenlijk anders gevormd? Ondanks dat het antwoord op deze vraag nog niet geheel duidelijk is, is het een kwestie die het waard is om dieper in te duiken, aldus dokter Steven Smith, directeur van het Sanford-Burnham Translational Research Institute for Metabolism and Diabetis van het Florida Hospital. Reden hiervoor is dat buikvet geassocieerd wordt met hogere risico’s op hartziektes en diabetes. En aan de andere kant, heup- en dijvet lijkt amper een rol te spelen bij deze aandoeningen.

In een recent onderzoek van Smith en zijn collega’s, gepubliceerd in the Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, helpen zij de discrepantie tussen beide plekken waar het vet zich bevindt verklaren door naar het verschil in genetische opmaak te kijken van beiden. Dit onderzoek kan een verandering in het denken over vet teweeg brengen. Wellicht moeten we in plaats van het richten op het bezweren van buikvet, ons juist richten op het in stand houden van het hart-vriendelijke vet in het onderlichaam. De studie reikt zelfs een eerste stap aan richting het aanpakken van specifieke plekken op het lichaam, vooral die gebieden die de problemen van obesitas het meest versterken.

Genen buikvet vs. heupvet

Smith en zijn collega’s namen monsters van het vet van mannen en van vrouwen. Ze vergeleken de meest actieve genen in het buikvet ten opzichte van de meest actieve in het heupvet. En wat vonden ze? De genen die actief zijn in het heupvet van een persoon zijn behoorlijk verschillend van de genen in het buikvet. Bij mannen waren 125 genen verschillend in het buikvet dan in het heupvet. Bij vrouwen was dit 218 (waarvan de meesten uniek zijn voor vrouwen, maar 59 zijn hetzelfde als de genen die verschilden in mannen.

De meest noemenswaardige genen die verschilden staan bekend als ‘homeobox’ genen. Deze genen staan bekend om hun rol in het helpen van het vormen van een embryo, door te bepalen welke cellen en organen waar geplaatst moeten worden. Veel homeobox genen worden beinvloedt door hormonen zoals oestrogeen.

Maar waarom zijn deze homeobox genen dan belangrijk voor vet? Smith antwoordt: “Wij geloven dat deze genen geprogrammeerd zijn om verschillend te reageren op verschillende hormonen en andere signalen.”

Stamcellen laten zien dat vet voorgeprogrammeerd is voor zijn locatie

Als onderdeel van hun studie, isoleerden Smith en zijn team stamcellen van buik- en heupvet en lieten ze groeien in een laboratorium. Dit kan gezien worden als een mooie test van hun vermoedens, omdat de vetcellen in het lab niet beïnvloedt konden worden bij zenuwen, hormonen of andere signalen.

Ondanks dat de cellen dus niet beïnvloedt werden, zagen de onderzoekers dat dezelfde locatie-specifieke verschillen in genen activiteit in het vet naar voren kwamen. Hieruit concludeerden zij dat de cellen voorgeprogrammeerd zijn. In andere woorden, buikvet en heupvet zijn genetisch bepaald voor hun uiteindelijke locatie, al tijdens de ontwikkeling. Dit is dus geen verschil dat gedurende de tijd zich ontwikkelt, door bijvoorbeeld het voedingspatroon of factoren van buitenaf.

Wellicht een nieuwe manier van denken over vet

Medisch gezien is het erg belangrijk om deze verschillen te begrijpen en te snappen hoe ze ontstaan, aldus Smith. “Ondanks dat vrouwen er soms een hekel hebben aan wat bredere heupen en dijen, reduceert deze ‘peer-vorm’ de kans op hartziektes en diabetes. In werkelijkheid hebben vrouwen die een hartaanval krijgen vaak meer buikvet dan heupvet.”

Wellicht gaan we op een andere manier naar vet kijken door dit soort onderzoeken. “De meeste mensen willen buikvet stoppen. Maar het probleem is niet alleen het vet – het is de locatie ervan. Buikvet is louter een teken van het probleem. Het echte probleem is het onvermogen om dit vet op de heupen en dijen op te slaan.” aldus Smith.

Hij hoopt dat studies in de toekomst beter in kaart kunnen brengen wat de fundamentele verschillen zijn in deze plekken van vetopslag, waardoor specifieke behandeling gericht wordt op de regionen die het meeste bijdragen aan het probleem van obesitas.

Nader onderzoek op genetisch niveau is nog nodig dus om exact te onderzoeken hoe we welke soorten (of plekken) vet we op kunnen afremmen of bevorderen. Tot die tijd moeten we vooral ons buikvet goed in de gaten houden, want deze blijft veruit het meest schadelijk voor onze gezondheid. Daarbij hoeven vrouwen zich minder druk te maken om het vet rondom hun heupen, dijen en billen. Iets waar veel mannen waarschijnlijk helemaal geen slecht idee vinden.

 

Bron: Sanford-Burnham Medical Research Institute. “How belly fat differs from thigh fat, and why it matters.” ScienceDaily. ScienceDaily, 11 January 2013

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.