Zelfbeheersing

 

Auteur: Douwe Beker (MSc.)
Trainer

 

Is een gebrek aan zelfbeheersing echt de boosdoener?

Zelfbeheersing wordt vaak gezien als een belangrijke factor tijdens het proces van gewicht verliezen. Deze zelfbeheersing wordt, zelfs in onderzoek hiernaar, gezien als het vermogen om niet toe te geven aan ‘hedonistische consumptie’ – dus voornamelijk het eten van producten hoog in suiker- en vetgehalte. Beslissingen over voeding worden dus gezien als een keuze tussen gezondheid of genot. Waarbij het kiezen voor genot al gauw wordt gezien als het verliezen van zelfbeheersing. Maar klopt dit wel? Moeten we zo streng zijn voor onszelf? Of is het kort door de bocht geredeneerd?

Piece of cake

Recent onderzoek [1] laat zien dat het antwoord op de laatste vraag wel eens bevestigend kan zijn. Onderzoeker Dr. Irene Scopelliti legt uit: “Wanneer de situatie zich voordoet waarbij iemand kan kiezen tussen het eten van taart of groenten, zal diegene die bezig is om gewicht te verliezen het gevoel hebben te falen op het gebied van zelfbeheersing, wanneer hij/zij kiest voor het stuk taart. Taart eten komt namelijk niet overeen met de lange termijn doelen van deze persoon, en ze hebben er daarna spijt van.”

“Echter, als deze persoon maar een klein stukje taart nam, zal dit niet direct als het falen van zelfbeheersing voelen, omdat ze er niet genoeg van hebben gegeten om het lange-termijn doel van gewichtsverlies te schaden.”

Spijt van de ‘verkeerde’ keuze?

Het is dus niet het eten van taart op zichzelf dat automatisch voor het gevoel van het falen van zelfbeheersing zorgt. Het gaat erom of diegene gelooft dat zij de in de toekomst spijt gaan krijgen van hun keuze voor taart. Dit onderzoek laat zien dat gezondheid en genot niet altijd in conflict hoeven te zijn. Producten zijn dus niet inherent goed of slecht, dat is een te simplistische weergave van voedingsprocessen.

De onderzoekers geven dan ook aan dat obesitas niet per definitie altijd aan zelfbeheersing gekoppeld hoeft te worden. Omdat de lange termijn doelen van mensen verschillen, verschillen hierbij ook de voorwaarden die gesteld worden aan wanneer er in dezelfde situatie ‘gefaald’ wordt op het gebied van zelfbeheersing.

Minder streng

De conclusie van het onderzoek laat mede zien waarom de methode van Gelukkig Lijf vaak succesvol is. “Door afscheid te nemen van het idee dat “slechte voedingsproducten” altijd gelijk staan als het falen van zelfbeheersing, zullen mensen het veel makkelijker vinden om daadwerkelijk te weten wanneer er echt sprake is van een gebrek aan zelfbeheersing. Zeker wanneer ze hierbij hulp hebben van de gecombineerde kennis van voedingsprofessionals en de kennis over gedrag van psychologen en consumenten onderzoekers”

Vaak komen klanten hier tijdens het invullen van hun voedingsdagboek ook al gauw achter. Het gaat om het grotere geheel, waarbij één “verkeerd” product nog lang niet zorgt voor het niet behalen van de lange termijn doelen. Je kan dus soms best wat minder streng zijn.

[1] Joachim Vosgerau, Irene Scopelliti, Young Eun Huh. Exerting SelfControl ≠ Sacrificing Pleasure. Journal of Consumer Psychology, 2019; DOI: 10.1002/jcpy.1142